Geuzeneuzen & Papeköp Deel II

Om met de woorden van Geert Mak te beginnen: “Waar waren we ook alweer gebleven” We schrijven het jaar 1713, De Spanjaarden zijn vertrokken en de Joriskapel is teruggegeven aan de nog 20 zielen tellende protestantse gemeenschap. Financieel was de kerk een ramp. Nieuw meubilair moest worden aangeschaft en de opbrengst van de kerkgelden en grafrechten was niet voldoende om dit te bekostigen, Uiteindelijk betaalde de Staten Generaal maar de herinrichting van de kerk. Nu de Spanjaarden vertrokken waren moest de Vesting Venlo opnieuw verdedigd worden en dus trok men Hollandse en Zwitserse troepen aan om de vesting te bemannen. Dit zorgde ervoor dat het aantal protestanten binnen onze stadsmuren aanzienlijk groeide. De kleine kapel knapte uit zijn voegen en voldeed niet meer aan de eisen die eraan gesteld werden. De staten besloten dan ook tot een aanzienlijke verbouwing (tot de huidige vorm) en in 1718 werd de eerste steen gelegd door toenmalig stadscommandant Van der Beeke.

De spanningen tussen de katholieken & protestanten begonnen op te lopen. De uitbreiding van de kerk was het overgrote katholieke deel van Venlo een doorn in het oog. Er ontstonden rellen rondom de bouwplaats van de kerk. De kerkdiensten werden tijdens de verbouwing gehouden in de Vleeshal aan de Markt, overigens onder bescherming van de wacht. Toen een aantal relschoppers na een serie scheldpartijen en beledigingen achter de wacht was opgesloten, besloten de Staten het garnizoen Zwitsers te versterken en twee geladen kanonnen op te stellen in de buurt van de bouwplaats. Bovendien kreeg de kerkelijke gemeente van de Staten twee predikantsplaatsen, een ziekentrooster, een rector en een schoolmeester.

processie

Er waren hooglopende ruzies over het weghalen van protestantse wezen door katholieke families; er werd gevochten wanneer protestanten weigerden te knielen tijdens processies; er was onenigheid over het protestants aandeel uit de armenkassen, over de aanstelling van protestanten als ambtenaar en over het optreden van monniken aan het sterfbed van protestanten. Zelfs de bisschop van Roermond roerde zich in deze strubbelingen en deed een protestant in de kerkelijke ban.

In de 2e helft van de 16e eeuw ging het economisch achteruit. Een aantal gilden werd opgeheven en aanzienlijke groepen protestanten trokken weg. Aan het eind van de 16e eeuw bedroeg het aantal protestanten 130 zielen tegenover de 4500 katholieken. De Joriskerk raakte in verval.

Er waaide echter een nieuwe wind over Europa. De Franse revolutie had zich voltrokken. Napoleon naderde met de slogan Vrijheid, gelijkheid, Broederschap. Toen de Fransen de stad innamen spoeden de protestanten zich naar het nieuwe stadsbestuur om toch vooral voor vrijheid van godsdienst te pleiten. Ze zouden zich vergissen. Napoleon had het niet met de kerkelijke macht.

441336_1_m

In 1795 gaf men het bevel om de Joriskerk te ontruimen. De Franse bezetter had het gebouw nodig voor opslag. In 1797 werd het gebouw weer teruggegeven aan de kerkenraad. Het gebouw was echter behoorlijk uitgewoond en ook was de klok verdwenen waarschijnlijk omgesmolten tot kanon door de Fransen.

 

bron: Historie van de Joriskerk

Hans Peeters

Juli 2019

Advertenties

Geuzeneuzen & Papeköp Deel 1

beeldenstormerijgx7

Iedereen heeft tijdens de geschiedenislessen op de lagere school geleerd dat de 80 jarige oorlog begon in 1568 en eindigde in 1648. Ook is die oorlog bepalend geweest voor de vorming van ons huidige Nederland. Wat ging er aan vooraf ? 2 jaar voor het uitbreken van de de 80 jarige oorlog vond in grote delen van Europa en ook in Nederland de zogenaamde “Beeldenstorm” plaats een rechtstreeks aanval van de calvinistische protestanten op het uiterlijk vertoon van de katholieke kerk.

Die 80 jartige oorlog zou grote gevolgen hebben voor Venlo. Ik vroeg me echter af hoe het in die tijd zou gaan met de katholieke en protestantse gemeenschap in Venlo. Lambert Keuller vertelt ons in 1843 dat de protestantse gemeenschap in Venlo ongeveer 250 zielen telde. Ze hielden hun hagepreken en vergaderden aanvankelijk in de Wylrehof. Toen begin september 1566 de Beeldenstorm over grote delen van Europa joeg, rebelleerden ook de protestanten in  Venlo en richtten vernielingen aan bij Katholieke kerken en beelden. Een gewapende groep hervormingsgezinden verzamelde zich voor het Venlose stadhuis en eiste vrijeheid van godsdienst en het toelaten van een predikant. Om de oproer te sussen stond de stad een deel van de kerk behorende bij Trans Cedron aan de protestanten af en verschafte Engelbertus Faber als predikant toegang tot de stad. Het stadbestuur werd geprezen voor hun diplomatie.

Nu weet ieder kind dat kan tellen, dat een revolte van 250 protestanten tegen de overige 4700 streng katholieke inwoners een zinloze missie is. Dat was het dan ook. Het was dan ook snel gedaan met de wedergekeerde rust. Amper 6 maanden later in April 1567 werd de Predikant inclusief zijn gehele aanhang de stad uit gezet. Velen trokken naar Kaldenkirchen.

Venlo_1632

Ik sla voor het gemak de 80 jarige oorlog over, dat is ruimschoots elders beschreven in de belegeringen van Venlo en maak een sprong naar 1632. Frederik Hendrik had de stad ingenomen en dus viel Venlo onder staats bestuur. Welliswaar had Frederik Hendrik vrijheid van godsdienst beloofd. Doch de Calvinisten voelden zich gesteund door het Nederland der 7 provincieën. Ze kregen de st Joris kapel toegewezen. Tegen de afspraken in werden echter alle katholieken uit het stadsbestuur gezet. Het 5000 katholieke zielen tellende Venlo werd dus geregeerd door een afvaardiging van de verbitterde minderheid van 250 protestanten.  In 1634 namen de geuzen de St.-Jacobskerk, en Heilige-Geestkerk en de St.-Nicolaaskerk in gebruik en het scheelde weinig of men had zich ook de St.Martinuskerk toegeëigend. Niets is echter zo wispelturig als oorlog. De Spanjaarden kwamen terug en veroverden de stad. In de onderhandelingen werd bedongen dat protestanten niet de stad uit hoefden mits ze zich onderdanig en stil gedroegen. Alle protestantse kerken diende ontruimd te worden. Men verbood hen echter niet elke zondag naar Kaldenkirchen te gaan om een gebedsdienst bij te wonen.

Strijdlustige Spanjaarden

Deze situatie zou ongewijzigd blijven tot de vrede van Munster in 1648. De wonden waren echter diep. Venlo behoorde na de vrede van Munster tot het Spaanse deel van Gelre. De situatie bleef ongewijzigd tot 1655. Toen werd het merendeel van de protestanten uit Venlo verbannen. Slechts een handje vol bleef binnen de vestingmuren.

Het was slikken of stikken voor de “geuzeneuzen”, beducht voor wraaktoestanden zoals ze elders in het Spaanse nederland hadden plaatsgevonden. Bijna 50 jaar later en een Spaanse successieoorlog zou pas verandering brengen in de situatie. Opnieuw belegerden de Staatsen Venlo. Ze veroverden eerst Fort Michiel en stelden kanonnen op zowel in het fort als aan de zuidzijde van de stad. Met hevig kanonvuur werd een bres in de vestingmuur geslagen. De Venlose bevolking wist dat men geen schijn van kans maakte met een overmacht van staatsen en een beschadigde vesting en gaf zich over.

De verdeling van de oorlogsbuit zou tot 1713 duren en vanaf dat moment maakt Venlo deel uit van de Nederlanden. De protestanten krijgen de Joriskapel terug. De kerkgangers bestaan echter uit 20 personen. Meer Protestanten waren er in 1713 niet meer in Venlo.

Venlo_september_1702-2

 

Hans Peeters

Juli 2019

 

De onwelkome gasten van Steijl

Bouw klooster

Reeds van ver voor de middeleeuwen waren kerk en staat in Nederland enorm verweven. De kerk domineerde in elke uithoek van de maatschappij.  Onderwijs, gezondheidszorg, armenzorg, ouderenzorg, zorg voor weeskinderen, geestelijke gezondheidszorg, alles was in handen van de kerk. Daarnaast kon je geen vereniging verzinnen of er zat wel een geestelijke in het bestuur. Het: “Big brother is watching you” heette toen gewoon KERK. Wilde je verrandering dan moest je of de kerk aan je zijde weten te krijgen óf je moest ze buiten spel zetten.

763

De eerste die dat in de smiezen had, was Napoleon Bonaparte. Gedurende zijn regeringsperiode maakte hij het kerkelijke leven bijna onmogelijk. Wil je weten hoe hij dat deed  dan is “het Dagboek van pastoor van Postel” (pastoor van de Martinuskerk Venlo gedurende de franse bezetting) een must.

De eerst volgende die een poging deed de kerk buiten spel te zetten was de Duitse reichskanselier Otto von Bismarck. Hij smeedde het huidige Duitsland tot een eenheids staat. Was grondlegger van het Duitse keizerrijk. Begon een oorlog tegen Frankrijk in 1870 om zijn eigen positie te versterken. Na de oorlog richtte hij zich tegen de binnenlandse vijanden te weten de socialisten en de katholieke kerk.

Otto_von_Bismarck_by_N.Repik

 

Met name die strijd tegen de katholieken zou grote gevolgen hebben voor de hele Nederlandse grensregio maar voor Steijl in het byzonder. in 1870 verkondigde Paus Pius IX het eerste Vaticaans Concilie. Daarin werd de pauselijke onfeilbaarheid als dogma neergezet en volgers waren dus op de eerste plaats het pauselijk gezag onderworpen en niet dat van het land of de staat waarin zij staatsburger waren. Bismarck nam dat als een oorlogsverklaring en vanaf 1870 probeerde hij in alle macht het katholieke leven onmogelijk te maken. Het Rheinland over de grens lag bezaaid met kloosterorden die naarstig naar oplossingen zochten.

Dat Arnoldus Janssen uit Goch in Steijl voor een appel en een ei een huisje kocht om er zijn Missie klooster te stichten, mag alom bekend zijn. De verwevenheid van mijn voorouders met het Steijler kloosterleven heb ik al eerder in dit blog beschreven. Doch de aanwas van dat kloosterleven ging zo snel en nam zulke vorme aan dat ik me afvroeg hoe dat voor de Steijler gemeenschap moet zijn geweest.

1280px-MaashoekSteyl

Laten we een kleine 150 jaar terug in de tijd gaan De tijd vóór de kloosters zich vestigden. Steijl was een slaperig dorpje aan de oevers van de Maas. De bewoners voorzagen hun levensonderhoud in kleinschalige landbouw, werkten als slecht betaalde dagloner, Hele gezinnen inclusief kinderen werkten in de pannenfabrieken van Tegelen  en sommige mannen werkten ’s winters in de katoen en linnen industrie in Krefeld. Armoede was eerder regel dan uitzondering. Het katholicisme zat diep geworteld. Mijn vader zou gezegd hebben: “Toen pisten ze nog wijwater“.

Pannesjop_Hekkens_Feijen

Personeel van de steenfabriek Canoy Herfkens

De weinigen die het tot wat kapitaal hadden gebracht, hadden hun geld verdiend met de overslagfunctie van goederen bedoeld voor het achterland Duitsland. Mijn voorouders waren betrokken bij de verkoop van het pand aan Arnoldus Janssen en later ook Palais Moubis aan de Zusters van de Goddelijke voorzienigheid. Steun aan de vervolgde priesters werd als een morele plicht gezien. Aanvankelijk was men dan ook zeer gastvrij in Steijl en hielp in bij alle mogelijke werkzaamheden. Onbetaald wel te verstaan. De paters brachten “Deutsche Gründlichkeit” in ijltempo werden kloosters gebouwd, de missie-opleiding opgezet, taalcursussen georganiseerd, een drukkerij gesticht, tuinen aangelegd, eigen werkplaatsen gebouwd ja zelfs een eigen brandweer werd door de paters gerund. Ook het eigen stoomgemaal, welk heden prachtig gerestaureerd is, droeg bij aan de zeer snelle ontwikkeling van het kloosterleven. Welk een impact had dat op de plaatselijke bevolking ?

drukkerij2

kloosterdrukkerij

In de archieven van de kloosters hoef je niet te zoeken, daar staat alleen een jubelverhaal over de behaalde successen, of je vindt het dagboek van August Kögelmeier een 19 jarige bakkerszoon uit Waldbröl die zich tot doel gesteld had missionaris te worden en vol goede voornemens de trein naar Venlo nam en te voet naar Steyl ging in 1881. Meer duidelijkheid brengen dan krantenartikelen, zoals het Zondagsblad van 8 September 1881.

zondagsblad

Daarin wordt voor het eerst gerefereerd aan de duitse kloosterlingen als “ongewenste gasten” Het artikel spreekt over de onbetaalde arbeid die vele kleinboeren en dagloners verrichtten bij de bouw en expansie van de kloosters. Ook had de Steijler gemeenschap zich voor gesteld dat de economie zou opbloeien wanneer de kloosters lokaal zouden inkopen. Echter 9 jaar na stichting was het aantal priesters gestegen van 5 naar 100. De drukkerij had een oplage van over de 100.000 exemplaren. Grondstoiffen werden vanuit Duitsland aangevoerd en groente en fruit verbouwden de paters zelf. Door de snelle groei van de kloostercomplexen was grond schaars geworden. Daardoor de prijs enorm gestegen. De kleine pachtboertjes konden vaak de pacht niet meer opbrengen. Als zij hun bedrijf dan moesten opgeven kocht de kloosterorde de grond op waardoor er nog meer druk op de grondprijzen ontstond. Ook was het een doorn in het oog van de Steijler bevolking dat hun Rochuskerk volledig in de verdrukking was gekomen door de expansiedrift van de kloosterorden. Het artikel concludeert dan ook dat de publieke opinie in de eerste 9 jaren van het ontstaan der kloosters volledig was gedraaid. De vreemdelingen die in 1872 met open armen ontvangen werden, waren in 1881 “onwelkome gasten” geworden.

onwelkome gasten2

 

Hans Peeters

Juni 2019

 

Het Kermisdrama

Kermis Hillen ca 1935

We staan aan de vooravond van de zomer van 1920. De eertse wereldoorlog is voorbij. De mobilisatie ingetrokken. Het leven in Venlo van de vorige eeuw normaliseert. Men concentreert zich weer in de op de vooruitgang. De stadspompen zijn vervangen door de waterleiding. Riolering wordt in hoog tempo aangelegd. De industrie groeit en groeit en brengt nieuwe bewonders naar de stad. Telefoonleidingen worden aangelegd en de stad wordt in hoog tempo ge-electrificeerd. Mede door de voedselschaarste in het verslagen Duitsland gaat het goed met de export van de Venlose tuinders. Reden om eens extra groot uit te pakken met de nieuwe Kermis. Het stadsbestuur heeft zich voorgenomen het feest extra allure te geven en heeft zich bemoeid extra mooie atacties naar de stad te lokken. Een van de top atracties moet de “Majestic Railway” worden. “Ut Gaasplein” had nog een beperkte oppevlakte daar de oude gasfabriek en de 2 gashouders er nog stonden. Door plaatsgebrek moesten sommige atracties dan ook uitwijken naar andere plekken in Venlo. Op de onderstaande advertentie uit de “Nieuwe Venloosche Courant” blijkt dat me deze super achtbaan gepland had op de Maaskade. Alles wat nieuw was bracht een illusie van grootsheid van een toekomst met onbeperkte mogelijkheden. De naam “Majestic Railway” refereerde niet voor niets aan de trein die de afgelopen jaren zoveel nieuws en goeds had gebracht in Venlo.

Kermis20

gaasplein

Een vervoermiddel had echter nóg meer glans: “Het Vliegtuig” Het waren de begindagen van de Nederlandse luchtvaart. Groter was de verassing dan ook toen een 3 tal heren zich meldden met het verzoek deel te mogen nemen aan de Venlose Kermis met vliegdemonstraties. De heren Van der Griendt, Geijsendorfer en Need waren piloten (of zoals men dat toen nog noemde Aviateurs) bij de Nederlandse luchtmacht. Sergeant E.J. Need was Soesterberger die 3 maanden voor de Venlose Kermis zijn Vliegbrevet gehaald had. Ze hadden met zijn 3en een Fokker gekocht voorzien van een Benzmotor en gaven naast hun baan als militair piloot, vliegdemonstraties in hun vrije tijd waarmee goud geld te verdienen was in die dagen. Het 3 tal kreeg toestemming om vluchten uit te voeren gedurende de kermisdagen vanaf de Venlose heide. Daar kon zelfs de “Majestic Railway” niet tegen op. De Venlose bevolking kon meevliegen mits men een kaartje had gekocht voor 25 Gulden (een godvermogen in die dagen). Het vliegtuig bood naast de piloot plaats aan 2 inzittenden.

Advertentie

 

Advertentie2

De Venlose middenstand rook haar kans en wilde meeliften op deze hype. In de bovenstaande advertentie lezen we hoe en Kledingzaak aan de Vleestraat zelfs Vliegeniers costumes aanbiedt voor de gelegenheid. De Venlose horeca is in de Venlose courant de slag om de klant begonnen. Overal zijn bals, speelt er live muziek zijn er voorstellingen. De krant puilt uit met advertenties om de klant naar de zaak te lokken. De bioscoop wil ook graag een graantje meepikken en  laat de uitbater zich iets invallen. Hij laat folders drukken voor de film “Christus komt” en vraagt de piloten om deze, tegen betaling natuurlijk, uit te strooien boven het kermis terrein.

Geldersepoort

Jacob Need verongelukt bij Venlo

Jacob Need de verongelukte piloot

Op 22 Juni kort voor 3 uur staan 2  Venlonaren te wachten op de Venlose heide op hun beurt voor de vlucht boven Venlo. Het zijn de 26 jarige H. Caubo en de 24 jarige Mejuffrouw Overbeek. Het vliegtuis stijgt op en vliegt in no time boven het centrum. Om de folders goed te kunnen uitstrooien minderd de piloot Need hoogte en vliegt enkele keren laag over het kermis terrein. Plots verstomd het motergeronk en sommige ooggetuigen menen al vuur te hebben gezien voor het vliegtuig neerstort. Het vliegtuig stort neer op de achterbouw van het pand gelegen aan de Lomstraat 44. Daarin gevestigd is de sigarenwinkel Joosten en in de achterbouw bevinden zich de keuken en de opslag van de winkel. Er is op dat moment niemand aanwezig in de achterbouw. Bij de impact scheurt de benzinetank open en onstaat er een grote brand in de achterbouw van het pand. De bevolking begint de brand te blussen met emmers en ook de brandweer is spoedig ter plaatse maar de plaats van de brand is moeilijk bereikbaar. Als de brand eindelijk geblust is ontdekt met dat de vrees waarheid is geworden, Piloot Need en zijn passagiers Caubo en Overbeek zijn om het leven gekomen.

vl7

22-Juni 1920

De rijksstudiedienst voor de luchtvaart onderzoekt het ongeluk en komt tot de volgende conclusie en lost verklaring:

vl3

Opmerkelijk is in dit verband dat het rapport spreekt van een zéér ervaren vlieger terwijl E.J. Need pas 3 maanden in bezit was van een vliegbrevet. Het incident haalt natuiurlijk de landelijke pers en zelfs de 2e kamer bemoeit zich met de affaire. Men vraagt zich af of vliegeniers in militaire dienst dienen te worden beperkt in activiteiten in hun vrije tijd.

MMGAVL01_000007206_mpeg21_p004_image

De conclusie van de minister van oorlog:

vl4

vl5

Dagblad de Gelderlander heeft zo zijn eigen versie van de oorzaak:

“De Gelderlander” meldt ook nog dat “ … de tocht werd gedaan in een aeroplaan met een Spycker-motor waarbij de benzine-toevoer niet zó kan geschieden, dat er geen gevaar
bestaat voor ontbranding. Bovendien zou de vlieger kort voor de demonstraties meer gedronken hebben dan voor een aviateur, die met passagiers opstijgt, wel gewenscht is
.”
Gezagvoerder: E.J. Need(†).

Jacob Need verongelukt bij Venlo

Hans Peeters

December 2017

 

 

 

Bielige butter (II)

Soldaten straalseweg 1914

Op 13 April 1893 werd mijn grootvader geboren in Wanssum Johannes Henricus Coppus. In deel (I) heb ik reeds de voorgeschiedenis beschreven. Bij de mobilisatie en directe oorlogsdreiging was mijn grootvader 20 jaar en dus dienstplichtig. Hij werd opgeroepen voor de Landweer en werd gestationeerd in Roermond. Daar heerste een grote spanning. Direkt aan de andere zijde van de Grens werd immers de “Erste Deutsche Armee” samengetrokken. Duitsland leefde in een Oorlogsroes. Jubelend ging men over straat.

Mobilmachung

99214829

(Eerste soldaten vertrekken richting België in MönchenGladbach)

Nationalisme vierde hoogtij en men zou “Der Erbfeind” (Frankrijk) wel weer eens een lesje leren. Zoals zovelen van zijn collega’s uit het regiment werd mijn grootvader ingekwartierd. Hetgeen wil zeggen dat men burgerbevolking opriep 1 of meer landweermannen in huis te nemen. Wel werd er gekeken of burgers beschikten over de ruimte om landweermannen onder te brengen. Mijn grootvader Sjang Coppus werd ingekwartierd op kasteel Hillenraad, bij het dorpje Boukoul nabij Roermond.

Hillenraad

Kasteel Hillenraad was op dat moment in eigendom van de familie Wolff Metternich zur Gracht. Wolff Metternich is een van oorsprong Hessisch oud-adellijk geslacht waarvan leden sinds 1884 tot de Nederlandse adel behoorden. Kasteel Hillenraad had een behoorlijke historie Willem van Oranje had vanaf dit kasteel het beleg van Roermond aangevoerd. Metternich zat in een moeilijke situatie de van oorsprong Duitse familie was inmiddels deel van de Nederlandse adel. Zou Nederland rechtstreeks bij het WO1 conflict betrokken raken zou de familie in gewetensnood kunnen raken en zou de plaatselijke bevolking zich vijandig kunnen opstellen. Met de inkwartiering van Landweermannen sloeg Wolff Metternich daarom 2 vliegen in een klap. Hij toonde zijn solidariteuit met de nederlandse strijdkrachten en ontkrachte daarmee geruchten dat hij voor de duitsers zou kiezen. Daarnaast was Kasteel Hillenraad een Jachtslot. De bossen om het kasteel waren voorbehouden voor de jacht van de kasteelbewoners. Door landweermannen in te kwartieren konden daarmee stropers op een afstand gehouden worden.

DSCF3947

( mijn grootvader Sjang Coppus in Landweer uniform)

Daar in de grensstreek veel boeren bedrijven lagen concentreerde het smokkelen in de eerste tijd vooral op paarden. Het Nederlandse leger had bij de mobilisatie paarden gevorderd. Het Duitse leger had dat ook gedaan; de paarden waren hard nodig bij de opmars door België en Frankrijk. Duitse landbouwers en bedrijven in de grensstreek boden flinke bedragen voor paarden uit Nederland. Nederlandse grenswachten betrapten herhaaldelijk smokkelaars die paarden probeerden te verhandelen. Die illegale uitvoer bleef maandenlang big business en zou pas tegen het eind van 1915 afnemen.

Paarden

Niet alleen mannen smokkelenden. In Noord-Limburg verborgen enkele vrouwen en meisjes zakjes meel onder hun rokken en verkochten die in Duitsland. Zij werden betrapt in augustus 1915. Naar mate de oorlog vorderde en de smokkelstrijd grimmiger werd vielen er ook meer slachtoffers. Smokkelaars opereerden niet zelden in grotere groepen. met scouts die het terrein moesten verkennen en in de laatste oorlogsjaren waren enkelen van hen ook bewapend. In mijn vorige betoog geef ik al wat voorbeelden van dodelijke incidenten om en nabij Venlo. Smokkel bij Roermond was een stuk minder dan rond om Venlo. De route van de Grens naar de bewoonde wereld was een stuk groter en daarmee de kans dat je gepakt werd natuurlijk ook.

Franse krijgsgevangene

Bij welke incidenten mijn grootvader betrokken was is nauwelijks  te achterhalen. Wel werd duidelijk hij betrokken was bij de arrestatie van een uit duitse gevangenschap gevluchte Franse krijgsgevangene en dat zijn inkwartiering op Kasteel Hillenraad erg goed beviel. In Oktober 1916 staat de volgende advertentie in de Nieuwe Venloosche Courant:

Kamermeisje

Mijn toen 18 jarige grootmoeder (Martia Hubertina Wendelina Cleophas geboren te Steijl 1898) besluit te solliciteren en wordt aangenomen en gaat eveneens wonen op Kasteel Hillenraad. In die dagen was het gebruik dat de dienstmaagden en keukenmeisjes op woensdagavond enkele uren vrij kregen. In Venlo heette dat “schöllekskes Aovend”  Tja Boukoul was nou niet bepaald een veelbelovend uitgaanscentrum en wat doe je dan als je 3 uurtjes vrij hebt en je bent niet in het bezit van een fiets. Je gaat wandelen dus. Tijdens een van die wandelingen ontmoet ze mijn grootvader en kennelijk is daar de vonk overgesprongen.

DSCF9622

Hoe dacht de Venlose Bevolking over Smokkelaars ?

Smokkelen mocht voor de betrokkenen winstgevend zijn, velen beseften al snel dat het Nederland kon schaden. Als oorlogvoerende landen meenden dat Nederland naar een vijandelijk land te veel exporteerde, waren ‘represaillemaatregelen te wachten’.

Venlonaren zagen hoe hard werkende landgenoten afgleden en zich met smokkelaars inlieten. Ze kregen er goed geld voor, maar soms werden ze aangehouden of erger. De smokkelaar dreigde te vervreemden van de ‘normale, geregelde arbeid’. Voor ‘zijn gezin is hij een ramp’, omdat hij zijn zo verdiende geld omzette in drank ‘Hier dreigt een deel onzer bevolking een zedelijk verval, waarvan de gevolgen nog lang na de oorlog zullen nawerken’.

Kennelijk was zijn verblijf op Hillenraad zo goed bevallen, dat hij na het beeindigen van de diensttijd er een functie als jachtopziener kreeg aangeboden. Die functie heeft hij 1 jaar vervuld, trouwde met mijn grootmoeder en solliciteerde bij de Venlosche Politie alwaar hij werd aangenomen en een woning kreeg aangeboden op de hoek van de Gelderse Poort en de Kleine Kerkstraat (zie eerdere blogpost : “De Schiëf”)

51fe47f94b6a4656ae0682d1c599c3b8df9e1ea9d43a974b62985db00c0fb6da

Hans Peeters

December 2017

 

Bielige Butter (1)

Toerisme is inmiddels een belangrijke inkomstenbron in onze provincie. Zo verschijnen er overal langs de proviciciegrenzen “in ere herstelde” smokkelpaden. In Arcen is er de afelopen jaren ook een aangelegd. In de brochures worden deze paden vaak met een zweem van romantiek aangeprezen. Ik kan U echte verzekeren dat er 100 jaar geleden, tijdens de 2e helft van de 1e wereld oorlog géén enkele romantiek rondom een smokkelaarsbestaan hing. Toen de 1e wereldoorlog dreigde, en Nederland mobiliseerde

30374

Werden in de vroege augustus dagen van 1914 mannen opgeroepen om te dienen als miliciën of als landweerman. De Landweer kreeg als belangrijkste taak het bewaken van strategisch belangrijke objecten zoals bruggen, spoorwegen en natuurlijk de grenzen. Om de mobilsatie zo goed mogelijk te laten verlopen werd gekozen voor Landweermannen uit de streek. Dit kwam er op neer dat in de eerste jaren van de 1e wereldoorlog de Venlose grensbewaking voornamelijk mannen uit Limburg werden ingezet. De legerleiding dacht ook dat dit de nodige voordelen met zich mee zou brengen. Ze waren immers vertrouwd met het regionale dialect en ze kenden de streek goed.

willem_waterloo_grenswacht_no_1_1914

Het vertrouwd zijn met de streek en met haar bewoners bleek al snel ook risico’s met zich mee te brengen. Zo zagen de grenswachten veel te veel door de vingers daar ze begrip toonden voor de smokkelaars. Vanaf het najaar 1915 werd het smokkelaars bestaan grimmiger. De oorlog begon bij onze oosterburen zijn tol te heffen. Daarmee steeg de vraag naar betaalbaar voedsel. De overheid wilde graag laten zien hoe daardkrachtig ze optrad tegen smokkelaars en liet dus de onderstaande foto’s vervaardigen die overigens allemaal in scène waren gezet.

SFA03_SFA022817776_X

SFA03_SFA022817775_X

SFA03_SFA022802964_X

De handel was echter erg lucratief. Met een enkele smokkeltocht kon een boerenknecht makkelijk tot 2 maal zijn weekloon verdienen.  De strijd tegen de illegale uitvoer werd grimmiger en er vallen ook slachtoffers zie publicatie uit de Venlosche Courant;

smokkelaar doodgeschoten 1917

15 jarige smokkelaar gedood op de Kaldenkerkerweg

Smokkelaars veldwachter vercauteren 1918

Gearresteerde smokkelaars 1918

 

Wordt vervolgd

Hans Peeters

December 2017

Maedjes van plezeer

bordeel-261x300

125 jaar geleden, was Venlo een stad waar de trein net z’n intrede had gedaan, waar de Vestingmuren nèt waren afgebroken en de stad puilde uit van de kloosters en de kazernes. In dat laatste schuilt ook het probleem van die tijd. Heel veel monniken en zusters en héél veel soldaten. Huzaren, infantrie, marreschaussee etc. @ groepen die ver van elkanders belevingswereld stonden.

Huzaren voor stadhuis 1908

De aanwezigheid van zoveel jonge eenzame mannen, was een weelderige voedingsbodem voor een probleem waar niet alleen Venlo mee worstelde maar waar geen enkele garnizoenstad raad mee wist: prostitutie. De politiearchieven verraden ons hoe groot het probleem op het eind van de 19e eeuw was: 217 “dames van lichte zeden” staan hier met naam en toenaam geregistreerd. Het betrof hier voor het meerendeel geen Venlose vrouwen want de sociale contrôle was enorm. Het waren voornamelijk Duitse jonge vrouwen die onder valse voorwendselen in handen van mensenhandelaren gevallen waren.

Vóór  de afbraak van de vestingmuren concentreerde zich de prostitutie Achter de Infantriekazerne op het Hetje, in het buurtschap klein Italiën. De kazerne was meestal bezet door zo’n 600 soldaten, je zou dus kunnen zeggen dat de “markt” daar ruim aanwezig was.

Hetje1

Na de sloop van de vestingmuren verplaatste zich het probleem meer naar de uitvalswegen:  Tegelse- Straelse- Heronger- en vooral de Kaldenkerkerweg. Al lezend in de archief stukken blijkt al heel snel dat er sprake was van een dubbele moraal. In het openbaar werden praktijken veroordeeld, maar achter de schermen probeerde menigeen een graantje mee te plukken van deze schimmige handel. Daarnaast gedoogde het stadsbestuur lange tijd de dagelijkse praktijk om zo te verhoeden dat de jonge mannen zich zouden vergrijpen aan de plaatselijke jonge vrouwen.

Als echter in 1863 maar liefst 82 soldaten syfilis opliepen, werd het zelfs Den Haag te gortig. “Als Venlo, zo dreigde de Minister van Oorlog, de prostitutie niet als de wiedeweerga reglementeert en niet subiet een ziekenzaal inricht voor syfilislijders, dan wordt half het Venlose garnizoen naar Roermond of Maastricht overgeplaatst”. Dàt kwam aan in neringdoend Venlo, waar men menig slaatje uit de ‘huzaren’ sloeg. In januari 1864 kwam de Raad dan ook – historisch moment – met een ‘Plaatselijke verordening, regelende het toezicht op publieke vrouwen en huizen’. Prostituees moesten zich bij de Politie melden en wekelijks een stempel bij de dokter halen. Aan het Helschriksel werd bovendien speciaal voor syfilislijders het Burgergasthuis gebouwd, want de zuster van het R.K. ziekenhuis weigerden dat soort mensen op te nemen. Mannen werden overigens niet gecontroleerd.

helschriksel

Het souteneurschap veranderde ook duidelijk van karakter, van vrouwen ging het over in de handen van Duitse criminelen. Venlo raakte meer en meer bekend als hét centrum van handel in ‘blanke slavinnen’. Via advertenties in de Duitse ‘Crefelder Zeitung’ werden argeloze Duitse meisjes als ‘dienstmeid’ en ‘buffetjuffrouw’ naar Venlo gehaald, daar ontmaagd en vervolgens doorverkocht aan andere Nederlandse bordelen.
Spil van het Venlose prostitutiewereldje was ene Pieter Paul Witthoff. Deze liet tussen 1889-1903 aan Venlo’s drukste wandelpromenade, de Kaldenkerkerweg, zo’n drie huizen inrichten of zelfs bouwen als bordeel. Van hieruit werden de meeste andere Venlose bordelen ‘bevoorraad’. Verder verdiende Witthoff zijn geld als heler en woekeraar, valsemunterij kon nog net worden voorkomen.

Het probleem had enorme proporties aangenomen. De politie was niet meer toegerust om het probleem alleen te bestrijden. 5 agenten op 11000 inwoners was absoluut onvoldoende aldus de commissaris die ter verantwoording was geroepen in de Venlose gemeenteraad.kaldenkerkerweg4

Het aantal bordelen nam sterk toe. Syfilis maakte onder de hier gelegerde militairen steeds meer slachtoffers. Hier moest tot elke prijs een einde aan worden gemaakt. De militaire commandant greep persoonlijk in en nam verstrekkende maatregelen. Om de prostitutie geheel uit te roeien werd op 15 april 1899 een detachement ter sterkte van zes Marechaussees van de 1e Divisie in Venlo geplaatst en ondergebracht in een ‘keet’ aan de Kaldenkerkerweg met de speciale opdracht om samen met de Gemeentepolitie van Venlo de bewaking van de verdachte huizen evenals een uitermate scherp toezicht op de vreemdelingen uit te voeren. De ‘keet’ die zo dicht mogelijk bij de bordelen was gebouwd had geen verlichting, geen verwarming en zelfs geen vloer. Het was een uitermate primitieve behuizing en werd spoedig voor de manschappen een vrijwel onleefbare en onhoudbare situatie. Eindelijk, zes jaar later, op 20 september 1905 was de strijd tegen de prostitutie gestreden en kon de ‘keet’ gelukkig worden afgebroken. Voor de manschappen van deze brigade alsook voor de Gemeentepolitie was het leven in dit verschrikkelijke onderkomen een hel geweest.

November 2017

Hans Peeters

 

Bron: Geschiedenis van de mareschaussee brigade (Frans Schallenberg)